Reijer Jan Plas
 INHOUD
 Inleiding
 Het begin
 Ons gezin
 Maritiem
 Contact

Hoofddorppleinbuurt

De Hoofddorppleinbuurt is de buurt waar ik geboren ben en waar mijn jeugd zich heeft afgespeeld.

Het Hoofddorpplein ligt in Amsterdam-Zuid. Sinds 1927 is het Hoofddorp­plein via de Hoofddorpweg en de Zeilbrug verbonden met de omgeving van de Amstelveenseweg.

Het plein is vernoemd naar Hoofddorp, een plaats in de Haarlemmer­meer. De straten in de buurt zijn eveneens ge­noemd naar plaatsen ten zuidwesten van Amster­dam.

Het plein werd aangelegd in de jaren 1920 op het grondgebied van de voor­malige gemeente Sloten, dat in 1921 door Amster­dam werd geannexeerd. Deze gemeente had al plannen gemaakt voor een nieuwbouwwijk ten wes­ten van de Sloterkade, maar de plannen werden in gewijzigde vorm uitge­voerd door de gemeente Amsterdam als onderdeel van het Plan West. Het plein, ontworpen door de architect J.M. van der Mey, is net als het Mercatorplein een zogenaamd turbine­plein.

Het Hoofddorpplein had oor­spronkelijk een hoge slan­ke toren in het verlengde van de Zeil­straat. De aanzet van de toren is nog herkenbaar in de west­wand van het plein.

Motto

Als het niet kan zoals het moet, dan moet het maar zoals het kan.

Mag ik mij even voorstellen?

Pasfoto 8473 bytes

Op woensdag 14 juni 1939 werd ik geboren in Amsterdam. In het geboortenregister van de gemeente Amsterdam werd ik ingeschreven als Reijer Jan Plas, zoon van Cornelis (Cor) Plas en Grietje Molenaar. Kort na mijn geboorte brak de tweede wereldoorlog uit. Als peuter merkte ik daar weinig van, maar mijn ouders des te meer. Mijn vader was actief in het verzet tegen de duitse bezetting en dat werd hem door de bezetter niet in dank afgenomen. Aan het begin van de hongerwinter (1944) werd hij opgepakt en in een concentratiekamp gestopt, zodat moeder alleen voor haar zoontje moest zorgen. Na de bevrijding op 5 mei 1945 kwam vader weer thuis. Ernstig verzwakt en met een hongeroedeem, waarvoor hij nog enige tijd werd verpleegd in het Klimophuis aan de Prins Hendriklaan in Amsterdam, dat toen als ziekenhuis werd gebruikt.

De oorlog was nog maar net voorbij toen voor mij het echte leven begon. Ik moest voor het eerst naar school. Die tijd heb ik doorgebracht op de Hillegomschool in de Hillegomstraat. Nadien heeft die school een nieuw pand betrokken in de Rietwijkerstraat, maar toen was ik al aan mijn vervolgonderwijs bezig.

Al vroeg in mijn leven wist ik dat ik buschauf­feur wilde worden. Volgens mijn vader was dat geen beroep, dan zou ik op zijn minst chauffeur/monteur moeten worden. Na de basisschool was het dus logisch dat ik naar de ambachtsschool, de Ir. W. Maas Geester­anusschool aan de Postjesweg zou gaan om een opleiding tot machinebankwerker te volgen.

Dat zag ik eigenlijk niet echt zitten. Ik wilde geen grease-monkey worden, ik wilde op de bus.

De ambachtsschool was voor mij geen succes en na deze opleiding een jaar gevolgd te hebben had ik er schoon genoeg van. Ik was niet meer leer­plichtig, stopte met school en ben gaan werken. Bij het bereiken van de leeftijd van veertien jaar was je in die tijd niet meer leerplichtig, dus niets hield me meer op school.

Mijn eerste werkgever was een grossier in huishoudelijke artikelen en in glas, porcelein en aardewerk: Gebr. van Leer N.V. op de Prins Hendrikkade 65/hoek Zeedijk, waar nu het Barbizon Palace hotel staat. Ik werd daar jongste bediende op de postafdeling, wat inhield, dat ik wat licht kantoorwerk moest verrichten en boodschappen doen voor het bedrijf, zoals paspoorten ophalen bij het Oostindisch Huis in de Oude Hoogstraat voor de geïmporteerde artikelen, de postbus legen bij het hoofdpostkantoor (nu Magna Plaza) op de Nieuwezijds Voorburgwal en wat er verder nog te halen en te bezorgen viel. Dat was een leuke tijd. Behalve voor mijn baas deed ik ook stiekem boodschappen voor sommige dames op de walletjes en verdiende daar een leuk centje mee bij.

Hierna had ik nog een paar andere kantoorbaantjes, als laatste als facturist bij de importeur van conserven en zuidvruchten M.H.Boas, destijds gevestigd op de Kloveniersburgwal 61, totdat ik in februari 1959 in militaire dienst moest. Ik werd ingelijfd in het 4de Regiment Infanterie Menno van Coehoorn en moest opkomen in de Tapijnkazerne in Maastricht.

      

Hier volgde ik mijn basisopleiding en werd vervolgens naar de Kaderschool Infanterie in de Isabellakazerne in Den Bosch gestuurd om te worden opgeleid tot sergeant.

Na mijn opleiding werd ik toegevoegd aan de sectie AG van de Staf RSK in Apeldoorn. Hier heb ik de rest van mijn diensttijd volgemaakt. Na mijn diensttijd heb ik nog even als burger centralist gewerkt op de militaire telefooncentrale aan de Sarphatistraat in Amsterdam.

Vervolgens heb ik nog gewerkt als bestelwagenchauffeur voor Heco, een grossier in verlichtingsartikelen op de Lauriergracht, en als servicemonteur electrische huishoudelijke apparaten voor Morphy Richards. Daarna ging ik werken als behandelend beambte uitvoering ziektewet bij het GAK in Amsterdam. In die tijd leerde ik Vita Deinum kennen, met wie ik op 14 september 1965 trouwde. Het verhaal over mijn gezin wordt verteld op de pagina Ons gezin. Het leven tussen vier kantoormuren was toch niet wat ik mijn hele leven wilde doen en daarom besloot ik in 1964 om alsnog mijn jeugddroom waar te maken en buschauffeur te worden.

     home | vorige  |  volgendecontact     
Pasfoto 2987 bytes


Mijn tips:

 Mijn tijd als buschauffeur
 
 Mijn leven als gepensioneerde
 
 Zelf websites bouwen
 
 Terugblik op het Hoofddorp-kwartier 
 
 Zing online karaoke op SingSnap
 
 Het verschil tussen Holland en Nederland. 
 
 Dansschool Cary Wennink Gerard Kluver 
 
 Het geheugen van de Amsterdamse tram lijnen 1 en 2